Door mijn koffieblog kwamen er wat andere herinneringen naar boven. Herinneringen aan de banen die ik heb gehad. Ik ben behoorlijk baanvast. Maar er zijn perioden in mijn leven geweest waarin ik wel korte, tijdelijke, dienstverbanden had. Dat was in de tijd dat ik voor uitzendbureaus werkte.
Via een uitzendbureau kwam ik terecht bij een maritiem bedrijf, een heel bekende in Nederland én ver daarbuiten. Bekend van bergingen van grote schepen waaronder de Herald of Free Enterprise en de Estonia.
Het bedrijf had verschillende afdelingen, ik ging er werken voor de directeur van de afdeling Engineering, de heer G. Het bedrijf was gevestigd in een modern ingericht kantoor voor die tijd, midden jaren 90. Als directiesecretaresse had ik een ruime kamer met grote ramen, een bureau met computer en een zitje voor bezoekers.
Ik was de rechterhand van de directeur en kreeg veel aanloop in mijn kamer, het was een heel drukke baan en ook een erg leuke baan. Leuke collega's, heel veel mannen maar ook een aantal leuke vrouwelijke collega's. Ook weer voornamelijk secretaresses en administratie, maar ook een paar dames op de ingenieursafdeling.
Ik startte als uitzendkracht maar kreeg na een half jaar een vast contract aangeboden. Ik heb bij dit bedrijf 3,5 jaar met heel veel plezier gewerkt.
Wat ik toen al bijzonder vond was dat de directeur door alle andere directeuren en managers met zijn voornaam werd aangesproken maar dat de rest van het personeel hem met meneer aansprak. Zelf deed ik dat ook. Ik was in mijn baan in Londen gewend om ook de hoogste baas met zijn voornaam aan te spreken, terwijl de Engelsen veel gevoeliger zijn voor rangen en standen. Maar daar mocht ik Mister Davey gewoon John noemen. Maar hier was dat dus niet het geval.
Wat ik ook erg apart vond was dat het gewone volk in de kantine lunchte, maar dat de directieleden in een aparte ruimte aan een gedekte tafel aanschoven. Nu deed mijnheer G. dan niet iedere dag, want op maandag was er altijd Management Team vergadering en dan verzorgde de cateraar een broodjeslunch na afloop. Ik was aanwezig bij deze vergadering om te notuleren en ook voor mij waren er broodjes en at ik mee met de mannen.
Ik denk dat veel bedrijven in die tijd al wat losser waren in de omgangvormen en dat dit de naweeën waren van een verouderde bedrijfscultuur die lang heerste in deze branch. Ik heb daarna nooit meer meneer of mevrouw tegen een meerdere gezegd of hoeven zeggen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten